Het verhaal van

Sint-Nicolaas

Beste bezoeker,

Ik hoef mij toch zeker niet aan je voor te stellen? De kinderen hebben vast al lang gezien wie ik ben. Inderdaad: Sint Nicolaas. Deze mooie kerk draagt al 900 jaar mijn naam: de Nicolaikerk, in Utrecht ook bekend als de Klaaskerk. 

 

Ik ben geboren in Myra aan het einde van de 3e eeuw. Later ben ik bisschop van deze plaats geworden die nu in Turkije ligt. Jullie kennen mij vooral als de grote kindervriend. Dat komt door de verhalen over mijn hulp aan kinderen. Aan drie dochters van een arme man zou ik een gouden bal hebben gegeven zodat zij geld hadden om te kunnen trouwen. Ook zou ik drie jongens die door een kroegbaas waren gedood weer tot leven hebben gewekt. Speciaal voor kinderen wordt al eeuwenlang op 5 december het Sinterklaasfeest gevierd. Dan krijgen ze snoep en cadeautjes. Als ze lief zijn geweest ten minste. Grote mensen mogen ook aan het feest meedoen. 

 

Behalve kindervriend ben ik de beschermer van schippers en alle andere mensen die varen. De kerken die naar mij zijn vernoemd staan net als deze kerk daarom vaak dicht bij het water. 

 

Eeuwen geleden was in deze kerk een beetje heerlijk geurende olie aanwezig, afkomstig uit het graf van Sint Nicolaas. Die olie werd bewaard in een fraaie zilveren houder, een ‘monstrans’. Mensen kwamen speciaal naar deze kerk om in de buurt van die bijzondere ‘Claes-oly’ te zijn. Zo kwamen ze ook wat dichter bij mij. Als ze bang waren of in nood verkeerden konden ze tegen betaling een mis voor mij laten opdragen. Ook moesten ze wat eten en drinken geven aan arme mensen. Helaas is de kostbare monstrans door de protestanten verkocht toen zij de kerk van de katholieken overnamen (1580/1581). Wat er met de olie die in de monstrans zat is gebeurd, is niet bekend. 

 

Je moet er niet aan denken, maar tijdens de ‘reformatie’, een kerkhervorming in de zestiende eeuw, is het Sinterklaasfeest bijna afgeschaft. De protestanten (calvinisten) vonden het verkeerd om een feest voor een heilige te vieren, zelfs als het om mij ging! Ze noemden dat een ‘paapsche stouticheyt’ (= katholieke ondeugd). Het Utrechtse gemeentebestuur (de ‘vroedschap’) verbood zelfs om in de eerste week van december speciale broden of koeken te bakken voor het Sinterklaasfeest. 

 

Gelukkig hielden de mensen te veel van het Sinterklaasfeest en is het tot op de dag van vandaag blijven bestaan. Hopelijk vieren we dat feest nog heel lang met elkaar. Ik mag dan niet meer de jongste zijn, maar samen met mijn helpers blijf ik graag mijn pakjes door weer en wind bij jullie bezorgen. Tot 5 december!